de wervelkolom

De wervelkolom heet in het Latijn de columna vertebralis.
De wervelkolom van een paard bestaat uit 54 tot 58 wervels, met daartussen in allerlei gewrichten.
Een aantal belangrijke functies van de wervelkolom zijn:
1. Aanhechting voor de spieren
2. Opvangen van schokken
3. Bescherming van onderliggende organen en systemen
4. Helpen mee om het lichaamsgewicht te dragen

Deze wervels zijn verdeeld in een aantal segmenten.
Vanaf het hoofd gezien heb je eerst de cervicale vertebrae, oftewel de halswervels. Een paard heeft 7 halswervels, die als een soort omgekeerde S aan elkaar zitten. Deze halswervels kunnen redelijk bewegen ten opzichte van elkaar (links/rechts/boven/beneden).

Dan krijg je het CTO: de Cervicale-Thoracale Overgang. En je snapt dan wel dat hier de thoracale vertebrae, of borstwervels, beginnen. Daarvan heeft een paard er 18. Bovenaan deze wervels zitten vrij grote uitsteeksels, die onder andere de schoft vormen. Deze uitsteeksels heten processus spinosi of in gewoon Nederlands doornuitsteeksels. De thoracale wervels hebben allemaal een tussenwervelschijf. Deze tussenwervelschijven sluiten pas als het paard een jaar of 8 is. Dat betekent dat de paardenrug pas echt sterk en uitgegroeid is als het paard 8 jaar is.
Aan deze wervels “hangen” de ribben. De ribben(costa’s) beschermen de onderliggende organen onder andere tegen trauma van buitenaf. De thoracale wervels zijn niet heel erg beweeglijk, doordat de ribben er aan hangen.

De lumbale wervels, ook wel lendenwervels. De meeste paarden hebben er 6. Arabieren en sommige Engelse volbloeden hebben 5 lumbale wervels. Aan deze wervels zitten geen ribben meer, maar om de nieren die hieronder liggen toch goed te kunnen beschermen hebben deze wervels grote uitsteeksels naar de zijkant. Die uitsteeksels heten processi transversi.


De sacrale wervels zijn tijdens de evolutie met elkaar vergroeid, maar bestonden oorspronkelijk uit 4-6 afzonderlijke wervels. Vaak is de 1e staartwervel vergroeid met het sacrum.

En dan is er natuurlijk nog de staart met zijn coccegeale wervels. Afhankelijk van het ras heeft een paard 15-21 staartwervels.

Nou, in het kort toch redelijk veel informatie.
Een aantal van deze botten kun je palperen. Dat wil zeggen dat je ze aan de buitenkant van je paard kunt voelen. Met de informatie die je nu hebt kun je eens gaan kijken of je weet welke botten je kunt voelen bij je eigen paard.

Gepost in anatomie paard | Plaats een reactie

hoeven

Als wij een paard zouden zijn, zouden wij aan de voorkant op onze middelvingers staan en aan de achterkant op onze middelste teen. Eigenlijk op de nagels daarvan. Deze nagels kun je vergelijken met de hoeven van onze paarden.

Hoe vaak kijk jij naar de hoeven van je paard? En hoe vaak kijk je naar hoe je paard op zijn voeten staat? Hoe staan de voor- en achterbenen onder het lichaam van je paard? Hoe zet je paard zijn voeten neer? Landt hij eerst op de hak of eerst op de teen? Of landt hij misschien wel op de binnen- of buitenkant van de hoef? Hoe voelt de hoef aan? Is hij koud of juist erg warm?

Vaak wordt er niet heel veel aandacht geschonken aan de hoeven van het paard. Toch zijn de hoeven een heel belangrijk onderdeel van het paard. Als het paard bijvoorbeeld niet goed op zijn hoeven staat kan dat voor problemen zorgen in de schouders, wat vervolgens weer problemen kan geven in de rug en de achterhand, etcetera.

Een klein stukje anatomie.

Zo ziet de paardenvoet er schematisch uit. Een hoef bevat een heleboel kleine bloedvaatjes. Ze verzorgen de aanvoer van bloed naar de hoef, maar ze zorgen er ook voor dat het bloed terug de benen in gestuwd wordt bij het lopen. Je kunt je voorstellen dat het dus erg belangrijk is dat de pompwerking van de hoef goed zijn werk moet kunnen doen.
Het straalkussen heeft hierin een belangrijke rol. Als het paard zijn hoef neerzet raakt de straal de grond en draagt de zool mee. Op het moment dat het paard op zijn hoef gaat staan drukt de straal terug en duwt het straalkussen en de hoefkraakbeenderen naar boven en naar buiten. Daarmee wordt de kracht van het neerkomen opgevangen en met de verwijding bij de kroonrand wordt de doorbloeding gestimuleerd. Een paard dat op ijzers staat heeft een verminderde werking van het straalkussen aangezien hij landt op de ijzers (de druk wordt dan verdeeld over de hoefwand).

Op de plaatjes hiernaast zie je de verschillen wanneer een paard op zijn hiel landt A (en de druk door het straalkussen wordt opgevangen) en wanneer hij op zijn teen landt B. De botten blijven ook niet mooi op één lijn staan. Je kunt je voorstellen wat dit doet met de omliggende weefsels.

Wanneer is een hoef gezond?
In principe is een hoef gezond als het paard zonder pijn op elk soort ondergrond kan lopen. Houdt er wel rekening mee dat de hoeven zich bijvoorbeeld aan moeten kunnen passen als het paard van een drassige ondergrond naar een erg harde ondergrond met losse steentjes wordt verplaatst. Net als dat onze eigen voeten er aan het begin van de zomer weer aan moeten wennen dat we meer op blote voeten lopen. Als we aan het eind van de zomer naar onze voeten kijken kunnen we zien dat we meer eelt onder onze voeten hebben ontwikkeld. Zo geldt dat ook voor het paard. Ook daar moet de voet de tijd hebben om zich aan te kunnen passen aan de ondergrond waar het op loopt.

Ook als je een paard van de ijzers af haalt moet je er rekening mee houden dat de voeten zich aan moeten kunnen passen aan de verandering naar het lopen op blote voeten. Hoe lang dit duurt is per paard verschillend. Maar gun het paard de tijd om zich aan te kunnen passen.

Gezonde hoeven hebben geen groeven en scheuren en brokkelen niet af. Smeren met olie of vet helpt hier niet tegen. Een regelmatige en goede bekapping wel. Gezonde hoeven hebben geen rode, of paarsachtige, verkleuringen in de hoefwand de zool of de straal. Rode verkleuringen zijn bloeduitstortingen die altijd boven in de hoef ontstaan. Er is dan sprake van zoveel druk, dat bloedcellen in de kroonlederhuid vernietigd worden. Bloedplasma (gele verkleuring in de hoef) en bloed (rode verkleuring) worden in de nieuwe hoorncellen ingesloten en groeien met het hoorn naar beneden. De groei is ongeveer 8 mm per maand. Zo kun je ongeveer uitrekenen wanneer bepaalde verkleuringen zijn ontstaan.

Met dit stukje is het niet mijn bedoeling om negatief te zijn over ijzers. Ik vind dat je voor elk paard afzonderlijk moet beoordelen wat geschikt is. Ieder paard is hierin uniek. Wat voor het ene paard goed is, kan voor het andere paard verkeerd zijn. Wel vind ik het belangrijk om mensen aan het denken te zetten over alle aspecten van het paard, zowel fysiek als mentaal.

Gepost in anatomie paard | Plaats een reactie

chakra’s

Dit stukje gaat over chakra’s. In principe heb ik dit geschreven voor de ruiter, maar je kunt het net zo goed toepassen op je paard. Zij hebben namelijk net als wij mensen chakra’s. Ook alle beschrijvingen die bij de chakra’s horen kun je “vertalen” naar het paard.


Het lijf heeft 7 basis energiecentra die we chakra’s noemen. In feite hebben we veel meer dan 7 chakra’s, maar we houden ons nu even bij de belangrijkste. Chakra is een woord uit het Sanskriet dat wiel betekent. Een chakra is dus eigenlijk een draaiend wiel van energie. Via deze chakra’s nemen we energie op in ons lichaam.
Om in balans te blijven moeten we er voor zorgen dat deze chakra’s goed open blijven, zodat de energie goed kan stromen.

Hieronder ga ik de belangrijkste chakra’s voor je neerzetten met een aantal van hun eigenschappen.

De 1e chakra wordt ook wel wortelchakra of stuitchakra genoemd.
In het Sanskriet heet deze Muladhara. De kleur die bij deze chakra hoort is rood. Deze chakra heeft te maken met overleven, basisbehoeften, met fysiek aanwezig zijn en je thuis voelen in situaties. Als deze chakra in balans is voel je je geaard, stabiel en veilig.
Uit balans kun je je onwelkom voelen, bang of nerveus. Dan staat de chakra niet ver genoeg open. Als de chakra te ver open staat kun je materialistisch of hebzuchtig zijn, of moeite hebben met veranderingen.

De 2e chakra (Swadhistana) wordt ook wel sacraalchakra of kruischakra genoemd. De kleur die bij deze chakra hoort is oranje. Deze chakra heeft te maken met het hebben van relaties, het uiten van emoties, beweging, creativiteit en seksualiteit. Als deze chakra in balans is stromen je gevoelens vrijelijk. Als deze chakra niet ver genoeg open staat kun je erg gesloten zijn, stijf en non-emotioneel. Als deze chakra te ver open staat kun je juist erg emotioneel zijn of erg sexueel gericht.

De 3e chakra (Manipura) wordt ook wel navelchakra of zonnevlecht (Solar Plexus) genoemd. De kleur die bij deze chakra hoort is geel tot goud-geel. Deze chakra heeft te maken met blijheid, energie, eigenwaarde en zelfvertrouwen. Als deze chakra in balans is voel je dat je controle hebt. Je neemt jezelf zoals je bent en anderen zoals zij zijn.
Uit balans, te ver gesloten, kun je passief en besluiteloos zijn. Je hebt geen uitstraling naar de buitenwereld en bent een beetje een grijze muis. Als deze chakra te ver open staat kun je juist dominerend en agressief zijn. Bij deze chakra komt veel energie van anderen bij je binnen als je je niet goed kunt afsluiten.

De 4e chakra (Anahata Chakra) wordt ook wel hartchakra genoemd. De kleur die bij deze chakra hoort is groen. Deze chakra heeft te maken met liefde, hoop, vriendelijkheid naar jezelf en naar anderen. Als deze chakra in balans is heb je compassie, ben je vriendelijk en vertrouwenwekkend. Uit balans kun je koel en afstandelijk zijn als de chakra niet ver genoeg open staat. Te ver open maakt dat je anderen met je liefde kunt verstikken.

De 5e chakra (Vishuddi) wordt ook wel keelchakra genoemd. De kleur die bij deze chakra hoort is blauw. Deze chakra heeft te maken met zelfexpressie en praten (jezelf uiten). Als deze chakra in balans is kun je jezelf goed uitdrukken. Dat kan ook op een artistieke manier zijn (bijv. met tekenen, zang of dans). Uit balans kun je introvert en verlegen zijn als deze chakra te ver gesloten is. Aan de andere kant kun je ook teveel praten en een slecht toehoorder zijn als deze chakra te ver open staat. Paarden die deze chakra uit balans hebben kunnen luchtzuigers zijn.

De 6e chakra (Ajna) wordt ook wel voorhoofdschakra of 3e oog genoemd. De kleur die hierbij hoort is indigo. Deze chakra heeft te maken met inzicht, visualisatie en helderziendheid. Als deze chakra in balans is heb je een goede intuïtie. Als deze chakra te ver gesloten is kun je rigide zijn in je denkpatroon of juist te veel naar anderen luisteren. Te ver open kan betekenen dat je teveel in een fantasiewereld leeft. Als deze chakra uit balans is zijn al je chakra’s uit balans. Maar het is ook zo dat je met deze chakra de andere 6 chakra’s kunt uitbalanceren.

De 7e chakra (Sahasrara) wordt ook wel de kruinchakra of de kroonchakra genoemd. De kleur die bij deze chakra hoort is violet/wit. Deze chakra heeft te maken met wijsheid en spiritualiteit. Als deze chakra in balans is ben je onbevooroordeeld en erg bewust van jezelf en de wereld om je heen. Uit balans kun je verslaafd zijn aan spiritualiteit en niet goed voor je lichaam zorgen als deze chakra te ver open staat. Bij een 7e chakra dat te ver dicht staat beredeneer je alles wellicht veel te veel. Deze chakra zorgt voor eenheid.


De chakra’s hebben de kleuren van de regenboog, wellicht had je dat al opgemerkt. Om een chakra te versterken kun je de kleur dragen die bij de te versterken chakra hoort. Als je je wat beter wilt kunnen uiten zou je bijvoorbeeld blauwe kleren kunnen dragen. En als je wat meer compassie zou willen hebben kun je je kleden in het groen. Zo kun je deze kleuren bijvoorbeeld ook in je huis of in een kamer toepassen.

Gepost in diversen | Plaats een reactie

gebit en kaakgewricht

Deze keer wil ik het gaan hebben over het gebit en het kaakgewricht, ook bekend als het TMG. Het Temporaal Mandibulair Gewricht (kaakgewricht) bestaat uit het os temporalis (slaapbeen) en het os mandibularis (onderkaak), met daartussen de discus articularis mandibularis (de meniscus van het kaakgewricht).

Goed kauwen is belangrijk voor een goede vertering van de voeding. Goed het voedsel kunnen malen is essentieel voor de vertering verderop in het maag-darmkanaal. Dit kan alleen als het kaakgewricht onbelemmerd zijn werk kan doen. Soms ontstaat er een blokkade in het gewricht, waardoor de kauwbeweging niet meer optimaal is.

Als je goed naar de kauwbewegingen kijkt van je paard zul je zien dat hij afwisselend zowel linksom als rechtsom kauwt. Er zijn 5 kauwspieren die hiervoor verantwoordelijk zijn, te weten de m masseter, de m temporalis, de m pterygoideus medialis, de m pterygoideus lateralis en de m digastricus (m staat voor musculus, oftewel spier).

Een paard heeft verschillende tanden en kiezen:
- snijtanden of incisiven
- haaktanden of ruintanden
- wolfstanden
- kiezen of molaren

Het is erg belangrijk voor een paard om laag, liefst van de grond, te kunnen eten, omdat dan zijn onderkaak naar voren schuift en de kaken dan in de ideale positie ten opzichte van elkaar staan om het eten te kunnen vermalen.

Als een paard de kauwbeweging met zijn kaken niet goed kan afmaken, ontstaan er haken aan de kiezen. Dit maakt het kauwen erg lastig en zorgt er tevens voor dat de belasting op verschillende spieren wordt verhoogd. Dit heeft dan weer effect op de aansluiting van het hoofd op de halswervels en natuurlijk op de rest van het hele paardenlichaam. Een probleem in het kaakgewricht kan zelfs uiteindelijk resulteren in bijvoorbeeld een bekkenprobleem. Je hoeft dus niet te denken dat er een steekje los zit bij een osteopaat of een cranio sacraal therapeut als ze naar het gebit van je paard kijken als je paard een probleem heeft in de achterhand.

De tanden en kiezen van een paard zijn anders dan die van een mens.

Deze groeien bij een paard verder uit de kaak en slijten af door het kauwen. Zo lijkt het alsof de hoogte ervan bij een paard niet verandert. Maar de tanden van een paard zitten dus eigenlijk voor het grootste deel in de kaak. Een volwassen paardenkies is circa 10 cm lang en groeit elk jaar ongeveer 2-3 mm uit. Als een paard 30-35 jaar is worden de wortels pas zichtbaar. Bij mensen is dat niet zo. Daar zit het grootste gedeelte in de mond en alleen de wortel van de tand of de kies zit in de kaak. Onze tanden en kiezen slijten ook veel minder.

Hoe herken je gebitsproblemen bij je paard?
- minder eten
- slecht of vreemd kauwen
- paard spuugt proppen met half gekauwd hooi of gras
- kopschuw
- hoofdschudden
- bit niet aan willen nemen
Soms voelt de ene wang van je paard warmer dan de andere kant.

Paarden met gebitsproblemen zullen ook problemen krijgen met het eten. En gebitsproblemen kunnen tevens leiden tot rij technische problemen. Kortom, als je het niet vertrouwt laat een goede tandarts je paard na kijken.

Een goede tandarts kenmerkt zich, onder andere, door grondig onderzoek te doen, hygiënisch te werken (dus het materiaal wordt goed schoongemaakt voordat er weer een ander paard mee wordt behandeld en er wordt met vers water gewerkt), goed en deugdelijk materiaal te gebruiken (goede maat speculum(mondsperder) en goed licht).

Voor de meeste (gezonde) paarden geldt dat een controle 1x per jaar voldoende is. Voor jonge paarden die nog wisselen (tot een jaar of 5) zou de meest ideale check 2x per jaar zijn. Overleg met je eigen tandarts wat voor jouw paard de beste controlefrequentie is.

Gepost in anatomie paard | Plaats een reactie

einde expositie


Nou, mijn eerste expositie is voorbij. Weer een ervaring rijker.

Ik mocht samen met nog twee dames exposeren. Betty Johann-Bitter maakt zeer mooie pentekeningen en Winnie Fokker maakt beelden. En van mij hingen er foto’s.

De opening werd gedaan door Leo Janssen, oud-wethouder cultuur. De tentoongestelde stukken hebben twee maanden in het BEL gebouw mogen hangen. Vanmorgen hebben we alles weer ingeladen en opgeruimd.

Ik heb het erg leuk gevonden om eens een keer mijn foto’s aan “vreemden” te laten zien. Vrienden en familie kunnen het allemaal wel leuk vinden wat je doet, maar het is ook wel eens leuk om vanuit een andere invalshoek te horen wat mijn foto’s met iemand doen.

Gepost in expositie | Plaats een reactie

expositie

Van 19 november a.s. t/m 13 januari 2016 zullen er foto’s van mij geëxposeerd worden in het gemeentehuis in Eemnes. Dat heb ik nog nooit eerder gedaan, dus ik vind het best spannend. Het thema is paarden, hoe kan het ook anders. Nieuwsgierig geworden? Bekijk hier de folder van de expositie. Ga gerust een kijkje nemen als je in de buurt bent!

Gepost in expositie | Plaats een reactie

hoe werkt de vacht van een paard?

De paardenvacht heeft verschillende functies. Hieronder een kleine greep daaruit.

De huid beschermt alle organen en weefsels die het omvat. Het beschermt tegen trauma van buitenaf (een schop van een ander paard bijvoorbeeld), maar het houdt ook alle weefsels die het omvat op zijn plek. De vacht zorgt er ook voor dat het paard warm blijft als het buiten erg koud is. Het paard zorgt er zelf voor dat zijn lichaamstemperatuur op peil blijft. Dit proces heet thermoregulatie.

Op onderstaande foto is een mooi voorbeeld te zien hoe thermoregulatie van de paardenhuid werkt. Als een paard het koud krijgt gaan de haren rechtop staan.

De haren van een paard staan allemaal iets schuin in de huid, zodat ze plat tegen de huid liggen. Elke haar beschikt over een eigen spiertje, de musculus arrector pili (meervoud: musculi arrectores pillorum). Dit spiertje zet de haar rechtop als het koud wordt en als de temperatuur buiten het paard weer omhoog gaat legt dit spiertje de haar weer tegen de huid. Als de haren rechtop staan blijft er een laagje lucht tussen de haren aanwezig. Deze lucht staat stil en zorgt zo voor een soort “tochtsluis” tussen de huid en de buitenlucht. Dit is te vergelijken met de wetsuits die ze in de watersport gebruiken om warm te blijven in het koude water.

De huid zorgt er ook voor dat bijvoorbeeld bij sneeuw en regen de huid van het paard niet nat wordt. Bij een gezond paard blijven sneeuw en regen gewoon op de vacht liggen. Op de foto kun je dat een beetje zien.

Soms gaan haren op een bepaalde plek anders staan dan op de rest van het lichaam. Dit zie je ook op de foto hieronder. Het kan wijzen op een verstoring in het lichaam. Op de foto staan de haren rechtop op het punt van de dikke darm op de blaasmeridiaan. Dit gebeurde tijdens mijn behandeling. Bijzonder om te vermelden is dat dit paard vreselijke diarree heeft gehad en haar darmen dus compleet van slag waren.

De stand van de haren kan je dus iets vertellen over de conditie van je paard. Leuk om daar eens op te letten.

Gepost in anatomie paard | Plaats een reactie